De laatste gezinsviering van dit werkjaar was een 'vakantieviering'.
We vierden met wie vakantie heeft, krijgt, verwacht, hoopt. Samen konden we op het spoor komen hoe bijbels vakantie wel kan zijn.
In het kindvriendelijk moment werden de jongsten ingeschakeld kaarsjes te brengen tot bij de mensen in de kerk. Vanuit de (evangelische) gedachte: als je altijd in je eigen kring, je eigen gedachten en rang en stand blijft, ontdek je nooit de andere mens. Niet zijn armoede. Niet zijn rijkdom. Niet zijn dorst.
Je verliest nochtans niets -maar wint leven- als je de ander uw aandacht, uw tijd, uw beker met water aanreikt. Hetzelfde geldt voor wie bidt voor een ander.
De volwassenen werden daarom met een kaarsje en deze opdracht de vakantie ingezonden: Ga naar een andere kerk dan deze (of de kerk die uw vertrouwde plek is) en brand daar een kaarsje -bid daar….- voor iemand anders dan u zelf.
Zulke pelgrims mogen we zijn en telkens weer worden.
Er was dat weekend één gezamenlijke eucharistie (geen vieringen op andere kerkplekken), dus noemden we dit opnieuw een jubelzondag.
Na de mis had iedereen nog een zee van tijd (=de beste vakantie) om een glas te drinken en elkander een goede tocht te wensen. En als we mekaar op het einde van de zomer, bij het begin van een nieuw schooljaar, vragen “Waar zijt gij geweest deze zomer?” dan zullen we hopelijk kunnen antwoorden: “Naar de A/ander.”

